ECLI:NL:RBDHA:2021:16986
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens vrees militaire dienstplicht Armenië zonder vluchtelingenstatus
Eisers, van Armeense nationaliteit, vroegen asiel aan uit vrees voor militaire dienstplicht in Armenië en mogelijke vervolging wegens dienstweigering. De Staatssecretaris wees de aanvragen af als kennelijk ongegrond, waarna eisers beroep instelden bij de rechtbank Den Haag.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij daadwerkelijk zal worden ingezet in een conflictgebied waar oorlogsmisdrijven plaatsvinden, noch dat hij ernstige, diepgewortelde gewetensbezwaren heeft die hem vrijstellen van militaire dienstplicht. Ook is onvoldoende onderbouwd dat de alternatieve dienstplicht niet voor hem openstaat.
Verder is het enkele feit dat weigering van militaire dienst leidt tot straf niet voldoende om vervolging aan te nemen. De rechtbank stelde dat de situatie in Armenië niet zodanig uitzonderlijk is dat een risico op schending van artikel 3 EVRM Pro aannemelijk is. De beroepen zijn daarom ongegrond verklaard en de asielaanvragen afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvragen wegens onvoldoende aannemelijkheid van vluchtelingenstatus en risico op schending artikel 3 EVRM.