Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 20 december 2021 in de zaak tussen
[eiseres] , V-nummer: [V-nummer]
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Inleiding en procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep, voor zover gericht tegen het intrekkingsbesluit, ongegrond;
- verklaart het beroep, voor zover gericht tegen het ingetrokken bestreden besluit,
- verklaart het beroep, voor zover gericht tegen het niet-tijdig nemen van een besluit op bezwaar, gegrond;
- vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
- draagt verweerder op om uiterlijk op 20 januari 2022 een nieuw besluit op het bezwaar te nemen en op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken;
- bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 100,- verbeurt voor elke dag dat hij de hiervoor genoemde datum van 20 januari 2022 overschrijdt,-, met een maximum van € 7.500,-;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van de bij eiseres in verband met de behandeling van het beroep tegen het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 748,-, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 181,- aan eiseres te vergoeden.