ECLI:NL:RBDHA:2021:16965
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf op grond van jongvolwassenenbeleid en belangenafweging
Eisers, Syrische ouders van een jongvolwassene met een verblijfsvergunning in Nederland, verzochten om een machtiging tot voorlopig verblijf om bij hun zoon te verblijven. De aanvraag werd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen, waarna ook het bezwaar ongegrond werd verklaard. Eisers stelden dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en dat het gezinsleven en hun belangen onjuist waren meegewogen.
De rechtbank stelde vast dat het gezinsleven tussen eisers en hun zoon niet in geschil was, maar dat de belangenafweging volgens het jongvolwassenenbeleid moest worden toegepast. Hierbij mag rekening worden gehouden met de zelfstandigheid van de jongvolwassene. De rechtbank oordeelde dat de Staatssecretaris alle relevante feiten had betrokken en dat het belang van de Nederlandse samenleving bij een restrictief toelatingsbeleid zwaarder woog dan het belang van eisers.
De economische situatie van de zoon, zijn zelfstandigheid en de onzekerheid over toekomstige financiële bijdragen van familieleden werden meegewogen. Ook de medische situatie van eisers en hun banden met Nederland werden in de afweging betrokken. De rechtbank vond de motivering van het besluit voldoende en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.