Uitspraak
Over bestreden besluit 1
3.ECLI:NL:RVS:2021:1634.
6.ECLI:NL:RVS:2018:1911.
- verklaart de beroepen ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Albanese nationaliteit, werd op 13 november 2021 staande gehouden op een schip dat naar Groot-Brittannië zou varen. Tegen hem werden meerdere bestuursrechtelijke besluiten genomen: een maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000, een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar. Eiser stelde dat hij rechtmatig in Nederland verbleef en dat de staande houding onrechtmatig was, onder meer omdat hij beschikte over een biometrisch paspoort en geen visum nodig had.
De rechtbank oordeelde dat het redelijk vermoeden van illegaal verblijf terecht was gebaseerd op ervaringsgegevens en het feit dat eiser over een hekwerk was geklommen om aan boord te gaan van een schip naar Groot-Brittannië. Ook werd geoordeeld dat eiser voldoende was gewezen op zijn recht op rechtsbijstand en dat hij vrijwillig afzag van een advocaat tijdens het gehoor.
De rechtbank vond de opgelegde zware gronden voor bewaring feitelijk juist en voldoende gemotiveerd, waaronder het niet op de voorgeschreven wijze binnenkomen en het niet melden bij de korpschef. Het beroep tegen het inreisverbod werd eveneens verworpen, mede omdat eiser zelf verklaarde illegaal te willen uitreizen naar Groot-Brittannië.
Daarmee werden de beroepen ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter S.G.M. van Veen op 25 november 2021 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De beroepen tegen de bewaring, het inreisverbod en het terugkeerbesluit worden ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.