ECLI:NL:RBDHA:2021:16897
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublin-verantwoordelijkheid Denemarken
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen op grond van de Dublin-verordening, waarbij Denemarken verantwoordelijk is voor de behandeling.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tevens is een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 28 september 2021 behandeld, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet zijn verschenen.
De voorzieningenrechter overweegt dat nu in de hoofdzaak (zaaknummer NL21.14542) reeds uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan op 15 oktober 2021 door voorzieningenrechter B. Fijnheer en griffier S. Bazaz. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat in de hoofdzaak reeds uitspraak is gedaan.