ECLI:NL:RBDHA:2021:16887
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunning asiel
Verzoeker, van Libische nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag werd bij besluit van 4 november 2021 niet-ontvankelijk verklaard door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
Op 25 november 2021 vond de mondelinge behandeling plaats waarbij verzoeker werd bijgestaan door een gemachtigde en een tolk aanwezig was. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een andere zaak (NL21.17552). Na de zitting werd direct uitspraak gedaan.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af omdat de hoofdzaak reeds op diezelfde dag was behandeld en een uitspraak was gedaan, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.