Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 748,-.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar deze is niet in behandeling genomen door verweerder omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met een soortgelijke zaak op 16 november 2021, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet aanwezig waren. De rechtbank oordeelde dat gezien de uitspraak in de bodemzaak een voorlopige voorziening niet meer nodig was en wees het verzoek af.
Daarnaast veroordeelde de voorzieningenrechter verweerder tot betaling van de door verzoeker gemaakte proceskosten voor de beroepsmatige rechtsbijstand, vastgesteld op € 748,-. De uitspraak is definitief en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.