Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 748,-.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker, een Tadzjiekse nationaliteit dragende persoon, had een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op zitting te Utrecht op 11 november 2021, waarbij verzoeker werd bijgestaan door een gemachtigde en een tolk aanwezig was. De staatssecretaris werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Gezien de uitspraak in de bodemzaak met zaaknummer NL21.16825, die gelijktijdig werd behandeld, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af. Wel werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 748,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 748,-.