Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Jamaicaanse nationaliteit, werd op 30 oktober 2021 een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat zijn aanhouding onrechtmatig was vanwege het ontbreken van een proces-verbaal, maar de rechtbank stelde vast dat dit proces-verbaal wel in het dossier aanwezig was.
Verweerder motiveerde de bewaring met zware gronden, waaronder het risico dat eiser zich aan het toezicht onttrekt door het niet naleven van een terugkeerverplichting sinds december 2019. Daarnaast werden lichte gronden aangevoerd zoals het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats en onvoldoende middelen van bestaan. De rechtbank oordeelde dat deze gronden feitelijk juist en voldoende gemotiveerd waren.
Eiser voerde aan dat een lichter middel had moeten worden toegepast en dat er geen zicht was op uitzetting naar Jamaica. De rechtbank vond dat verweerder voldoende had gemotiveerd waarom een lichter middel niet passend was en dat er geen concrete aanwijzingen waren dat Jamaica niet zou meewerken aan uitzetting.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.