ECLI:NL:RBDHA:2021:16817
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na afwijzing verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aangevraagd in de verlengde procedure. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft dit verzoek bij besluit van 16 september 2021 afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 27 oktober 2021 samen met een gerelateerde zaak (NL21.15267). Tijdens de zitting was verzoeker aanwezig met zijn gemachtigde en een tolk. De gemachtigde van verweerder was eveneens aanwezig.
De voorzieningenrechter overwoog dat gezien de uitspraak in de hoofdzaak op dezelfde dag, een voorlopige voorziening niet langer nodig was. Daarom werd het verzoek afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan op 1 november 2021 en is definitief, hoger beroep of verzet is uitgesloten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.