Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 748,-.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker, van Nigeriaanse nationaliteit, had een aanvraag tot verlenging van een verblijfsvergunning asiel ingediend die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 21 mei 2021 werd afgewezen. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg daarnaast om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 16 september 2021. Omdat de bodemzaak inmiddels is beslist (zaaknummer NL21.8095), achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig en wees het verzoek af.
Wel werd de Staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 748,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Dit bedrag betreft één punt voor het indienen van het verzoekschrift, waarbij de behandeling ter zitting reeds in de bodemzaak was meegenomen.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter L.A. Banga en griffier R.G.A. Beijen op 4 november 2021. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de Staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan verzoeker.