Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Gambiaanse nationaliteit, werd op 13 oktober 2021 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Tegen deze maatregel stelde hij beroep in, dat tevens als verzoek om schadevergoeding werd aangemerkt. Verweerder hief de bewaring op 20 oktober 2021. De rechtbank beperkte de beoordeling tot de vraag of de tenuitvoerlegging van de bewaring voorafgaand aan de opheffing onrechtmatig was.
Eiser stelde dat niet alle stukken tijdig aan het dossier waren toegevoegd, met name de vertrekgesprekken ontbraken aanvankelijk. De rechtbank oordeelde dat alle relevante stukken uiterlijk 20 oktober 2021 beschikbaar waren en dat de vertrekgesprekken, hoewel later toegevoegd, niet noodzakelijk zijn voor de rechtmatigheidstoets. Eiser had bovendien de mogelijkheid om op deze gesprekken te reageren, maar deed dit niet, waardoor hij niet in zijn belangen is geschaad.
De maatregel van bewaring was gebaseerd op zware gronden, waaronder het feit dat eiser Nederland niet op de voorgeschreven wijze was binnengekomen en geen medewerking verleende aan overdracht aan een andere lidstaat. De rechtbank vond deze gronden feitelijk juist en voldoende gemotiveerd. Omdat deze gronden voldoende waren om het risico op onttrekking aan toezicht aan te nemen, faalde het beroep.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.