ECLI:NL:RBDHA:2021:16790
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens Dublin-verantwoordelijkheid Spanje
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 8 oktober 2021 waarbij de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublin-verordening.
Verzoeker heeft tevens een voorlopige voorziening gevraagd, die samen met een andere zaak op 26 oktober 2021 is behandeld. Verzoeker is niet verschenen, maar de gemachtigde van verweerder was wel aanwezig.
De voorzieningenrechter verwijst naar de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL21.15953) waarin het beroep is behandeld en geoordeeld. Omdat de hoofdzaak is afgerond, is een voorlopige voorziening niet langer nodig en wordt het verzoek afgewezen.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.H. Lange en griffier E. Mulder op 2 november 2021. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.