ECLI:NL:RBDHA:2021:16774
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na intrekking verblijfsvergunning en oplegging inreisverbod
Verzoeker, van Angolese nationaliteit, kreeg zijn verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd ingetrokken en een inreisverbod opgelegd. Tegen deze besluiten werd beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De rechtbank behandelde het verzoek om voorlopige voorziening nadat het beroep in de hoofdzaak ongegrond was verklaard. Gezien deze uitspraak zag de voorzieningenrechter geen grond meer voor het treffen van een voorlopige voorziening en wees het verzoek af.
Daarnaast werd verzoeker vrijgesteld van het betalen van griffierecht in zowel de beroeps- als de voorlopige voorzieningsprocedure. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is definitief en niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen na ongegrondverklaring van het beroep tegen intrekking verblijfsvergunning en inreisverbod.