Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een Poolse vreemdeling tegen de maatregel van bewaring opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van de Vreemdelingenwet 2000.
De bewaring was opgeheven vóór de zitting, waardoor de beoordeling zich beperkte tot de vraag of de tenuitvoerlegging onrechtmatig was en of schadevergoeding toegekend moest worden. De eiser betwistte de gronden voor bewaring niet, maar stelde dat een lichter middel, zoals een meldplicht, had moeten worden toegepast omdat hij zelf belang had bij terugkeer naar Polen.
De rechtbank oordeelde dat de Staatssecretaris terecht een lichter middel had achterwege gelaten gezien de ongewenstverklaring van maart 2020 en het feit dat eiser niet vrijwillig was vertrokken. Ook was geen sprake van onvoldoende voortvarendheid, aangezien de uitzetting binnen tien dagen na aanhouding had plaatsgevonden. Het beroep en het verzoek om schadevergoeding werden daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring en het verzoek om schadevergoeding worden afgewezen.