ECLI:NL:RBDHA:2021:16633
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-inhoudelijke behandeling asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid Italië
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 20 september 2021 waarbij de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de asielaanvraag niet in behandeling nam op grond van de Dublin-verordening, die bepaalt dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 12 oktober 2021. Verzoeker was aanwezig met zijn gemachtigde en een tolk, terwijl de verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Gezien de uitspraak in de gerelateerde zaak NL21.14849, waarin het beroep op het besluit werd behandeld, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter B. Fijnheer en griffier E. Mulder op 18 oktober 2021 en is definitief, zonder mogelijkheid tot hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet-inhoudelijk behandelen van de asielaanvraag is afgewezen.