Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiseres] , eiseres V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, van Colombiaanse nationaliteit, werd op 2 oktober 2021 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Zij stelde dat zij ten onrechte in bewaring is gesteld omdat zij bezig was met een verblijfsvergunning en geen reden bestond om te verwachten dat zij zich aan het toezicht zou onttrekken.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht mocht aannemen dat eiseres zich aan het toezicht zou onttrekken, mede vanwege het niet opvolgen van een bevel tot onmiddellijke terugkeer naar Spanje van 16 maart 2021. De maatregel van bewaring werd gebaseerd op zware en lichte gronden, waarvan enkele niet werden betwist. De rechtbank vond de niet betwiste gronden voldoende om de bewaring te dragen.
Eiseres voerde aan dat een lichter middel passend was vanwege haar zorgplicht voor een minderjarige zoon, die momenteel bij haar dochter verblijft. De rechtbank vond echter onvoldoende bewijs dat de zorg niet adequaat geregeld kon worden en oordeelde dat dit geen reden was om de bewaring te matigen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.