ECLI:NL:RBDHA:2021:16567
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure
Verzoeker, een Nigeriaanse staatsburger geboren in 1998, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag werd bij besluit van 14 september 2021 door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen als ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 7 oktober 2021 samen met een gerelateerde zaak. Op 11 oktober 2021 deed de rechtbank uitspraak over het beroep in de hoofdzaak (zaaknummer NL21.14889), waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk werd geacht.
De voorzieningenrechter besloot daarom het verzoek om voorlopige voorziening af te wijzen. Tevens werd geoordeeld dat er geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter L.A. Banga en griffier A.M. Zwijnenberg en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.