ECLI:NL:RBDHA:2021:16564
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na beslissing op beroep
Verzoeker, een Georgische staatsburger geboren in 1990, had een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 10 september 2021 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Tevens werd aan verzoeker een vertrektermijn onthouden en een inreisverbod van twee jaar opgelegd.
Tegen dit besluit stelde verzoeker beroep in en verzocht tegelijkertijd de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 27 september 2021, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet verschenen waren, terwijl de gemachtigde van verweerder wel aanwezig was.
Op 4 oktober 2021 oordeelde de voorzieningenrechter dat een voorlopige voorziening niet langer nodig was omdat op het beroep reeds uitspraak was gedaan onder zaaknummer NL21.14511. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is definitief en niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep reeds is beslist.