ECLI:NL:RBDHA:2021:16527
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige homoseksualiteit en onvoldoende onderbouwing
Eiser, een Nigeriaanse man die in 2020 asiel aanvroeg in Nederland, stelde dat hij vanwege zijn homoseksualiteit en het getuige zijn van een moord in Nigeria gevaar liep. Hij voerde aan dat hij na het zien van de moord en bedreigingen door de dader Nigeria had verlaten. Verweerder wees de aanvraag af op grond van artikel 31 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de homoseksualiteit.
De rechtbank onderzocht of het nader gehoor zorgvuldig was verlopen en concludeerde dat de gehoormedewerker adequaat vragen stelde, verduidelijkte en doorvroeg waar nodig. Eiser had voldoende gelegenheid om zijn gevoelens en situatie toe te lichten, maar gaf summiere en algemene antwoorden over zijn relaties en gevoelens.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht twijfelde aan de geloofwaardigheid van de homoseksualiteit van eiser, mede vanwege het ontbreken van diepgaande persoonlijke toelichting, het ontbreken van betrokkenheid bij belangenorganisaties en het feit dat eiser tien jaar in een stad leefde zonder openlijk uit te komen voor zijn geaardheid.
De rechtbank vond dat de afwijzing van de asielaanvraag terecht was en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de homoseksualiteit.