ECLI:NL:RBDHA:2021:16513
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door verweerder niet in behandeling werd genomen op grond van de Dublinverordening, omdat Slowakije verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser stelde dat zijn overdracht aan Slowakije een reëel risico op schending van artikel 3 en Pro 5 EVRM met zich meebrengt, vanwege systemische tekortkomingen in de Slowaakse asielprocedure en detentiepraktijken.
De rechtbank overwoog dat verweerder in het algemeen mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat dit in zijn geval niet geldt. De brief van de Slowaakse autoriteiten toonde aan dat eiser een geldige tijdelijke verblijfsstatus heeft, waardoor hij niet als asielzoeker maar als legaal verblijvende terugkeert, wat detentie onwaarschijnlijk maakt.
Verder kon eiser niet aantonen dat hij een reëel risico loopt op willekeurige detentie of schending van het non-refoulementbeginsel. Ook de door eiser aangevoerde tekortkomingen in de Slowaakse asielprocedure en het niet toepassen van artikel 17 Dublinverordening Pro werden door de rechtbank verworpen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.