Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiseres] ,
[dochter],
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor zichzelf en haar minderjarige dochter vanwege bedreigingen en onveilige situaties in Peru, waaronder overvallen en ontvoering. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat niet is voldaan aan de voorwaarden voor asiel, met name het ontbreken van een relatie met vervolgingsgronden uit het Vluchtelingenverdrag.
De rechtbank erkent de kwetsbaarheid van eiseres als alleenstaande moeder en de onveilige situatie in Peru, maar stelt vast dat verweerder terecht heeft aangenomen dat de Peruaanse autoriteiten bescherming kunnen bieden. Eiseres heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij geen bescherming kan krijgen, mede omdat zij geen aangifte heeft gedaan en na het sluiten van haar restaurant nog vijf maanden in Peru verbleef zonder problemen.
Daarnaast is vastgesteld dat medische omstandigheden geen grond vormen voor verlening van een asielvergunning, maar alleen voor uitstel van vertrek. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en verklaart het afwijzingsbesluit rechtsgeldig. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.