Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoeker], verzoeker V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 748,-.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker, een Oekraïense nationaliteit dragende persoon, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 23 augustus 2021 afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 9 september 2021, samen met de bodemzaak (zaaknummer NL21.13825). Gezien de uitspraak in de bodemzaak op dezelfde dag, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig en wees het verzoek af.
Wel veroordeelde de voorzieningenrechter de staatssecretaris tot vergoeding van de door verzoeker gemaakte proceskosten, vastgesteld op € 748,-, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Verzoeker was bij de zitting aanwezig en werd bijgestaan door een gemachtigde en tolk.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.A. Schuman en griffier R.G.A. Beijen op 17 september 2021. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 748,-.