ECLI:NL:RBDHA:2021:1648

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 januari 2021
Publicatiedatum
25 februari 2021
Zaaknummer
C-09-605282
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:250 BWArt. 13 Uitvoeringswet op het Haags KinderontvoeringsverdragArt. 1.1 Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming bijzondere curator in internationale kinderontvoeringszaak

De rechtbank Den Haag behandelde op 19 januari 2021 een verzoek van de moeder om voorlopige voogdij en terugleiding van hun minderjarige kind naar Indonesië. De ouders zijn gescheiden en het kind is in 2008 geboren in Indonesië. De vader is met het kind verhuisd van Indonesië naar Zuid-Korea en vervolgens naar Nederland, waar het kind de Nederlandse nationaliteit heeft.

De moeder verzocht de rechtbank om het Leger des Heils aan te wijzen als voorlopige voogd en het kind binnen één dag na uitspraak terug te leiden naar Indonesië. De rechtbank zag echter geen direct gevaar dat het kind zou worden onttrokken aan teruggeleiding en hield het verzoek om voorlopige voogdij aan.

De rechtbank besloot een bijzondere curator te benoemen die gesprekken met het kind zal voeren om diens mening over verblijf in Indonesië en Nederland te achterhalen en hierover schriftelijk zal rapporteren. De zaak wordt verwezen naar de meervoudige kamer voor verdere inhoudelijke behandeling. De ouders moeten volledige medewerking verlenen aan de curator.

Uitkomst: De rechtbank benoemt een bijzondere curator en verwijst de zaak naar de meervoudige kamer voor verdere behandeling.

Uitspraak

Rechtbank Den HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 21-1
Zaaknummer: C/09/605282
Datum beschikking: 19 januari 2021

Internationale kinderontvoering/benoeming bijzondere curator

Beschikking in het kader van het op 4 januari 2021 ingekomen verzoek van:

[X]

de moeder,
wonende te [woonplaats 1] , Indonesië,
advocaat: mr. M.T. Wernsen te ‘s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[Y] ,

de vader,
wonende te [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. H.A. Schipper te ‘s-Gravenhage.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift.
Op 21 januari 2021 is de zaak (door de maatregelen in verband met het coronavirus) ter videozitting met gesloten deuren behandeld. Hierbij waren digitaal aanwezig:
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat en door heer [naam tolk] als tolk in de Engelse taal;
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat,
  • mevrouw [medewerker RvdK] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Het betrof hier een regiezitting met het oog op crossborder mediation in internationale kinderontvoeringszaken met als behandelend rechter, tevens kinderrechter, mr. J.C. Sluymer. De behandeling ter zitting is aangehouden.
Op genoemde regiezitting is aan partijen de gelegenheid geboden om een crossborder mediation traject te volgen, gefaciliteerd door het Mediation Bureau van het Centrum Internationale Kinderontvoering, teneinde tot een minnelijke regeling te komen. De ouders hebben daar om hen moverende redenen geen gebruik van gemaakt.

Tot nu toe vaststaande feiten

  • De vader en de moeder zijn gehuwd geweest van [huwelijksdatum] 2006 tot [scheidingsdatum] 2017.
  • Zij zijn de ouders van het volgende nog minderjarige kind:
- [minderjarige] geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats] , Indonesië.
  • De ouders zijn op 19 oktober 2015 een ‘Settlement Agreement’ met elkaar overeengekomen, waarin zij afspraken ten aanzien van [minderjarige] hebben gemaakt.
  • In Indonesië is een procedure aanhangig ten aanzien van het gezag over [minderjarige] .
  • In juli 2019 is de vader met [minderjarige] verhuisd van Indonesië naar Zuid-Korea. In december 2020 is de vader met [minderjarige] verhuisd van Zuid-Korea naar Nederland.
  • De vader en [minderjarige] hebben de Nederlandse nationaliteit. De moeder heeft de Indonesische nationaliteit.
  • De moeder heeft zich niet gemeld bij de Nederlandse Centrale Autoriteit.

Verzoek en verweer

De moeder heeft verzocht – naar de rechtbank begrijpt – :
te bepalen dat Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering per direct belast is met de voorlopige voogdij over [minderjarige]
;
te bepalen dat [minderjarige] binnen één dag na de datum van de uitspraak dient te worden teruggeleid naar Indonesië, door [minderjarige] in Nederland over te dragen aan de moeder;
de vader te veroordelen in de kosten van het geding;
de beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De vader heeft verweer gevoerd tegen het verzoek van de moeder.

Beoordeling

Benoeming bijzondere curator
Ingevolge artikel 1:250 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank een bijzondere curator benoemen. De rechtbank acht het, gelet op de aard van de zaak en van de daarin spelende belangenstrijd, in het belang van [minderjarige] noodzakelijk een bijzondere curator te benoemen.
De rechtbank verzoekt de bijzondere curator de volgende vragen te beantwoorden:
Wat geeft [minderjarige] zelf aan over een eventueel verblijf in Indonesië en een eventueel verblijf in Nederland?
In hoeverre lijkt [minderjarige] zich vrij te kunnen uiten?
In hoeverre lijkt [minderjarige] de gevolgen van het verblijf in Indonesië of het verblijf in Nederland te overzien?
Wil [minderjarige] met de rechter(s) spreken en zo ja, wenst [minderjarige] dat de bijzondere curator daarbij aanwezig zal zijn?
Zijn er nog bijzonderheden naar voren gekomen die van belang zijn voor de te nemen beslissingen?
Van de bijzondere curator wordt verwacht dat deze door gesprekken te voeren met [minderjarige] probeert zicht te krijgen op de mening van [minderjarige] ten aanzien van het verblijf in Indonesië en het verblijf in Nederland en vervolgens die mening van [minderjarige] naar voren te brengen in deze procedure. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling van de rechtbank dat de bijzondere curator hierbij ouders zal betrekken. Het gaat alleen om gesprekken met [minderjarige] .
Van de ouders wordt verwacht dat zij volledige medewerking verlenen aan het inplannen en uitvoeren van de gesprekken van [minderjarige] met de bijzondere curator.
Van zijn bevindingen dient de bijzondere curator uiterlijk twee dagen voor de nader te bepalen behandeling ter terechtzitting een schriftelijk verslag aan de rechtbank en de ouders toe te sturen. De bijzondere curator licht het verslag zo nodig ter zitting toe.
Voorlopige voogdij
De rechtbank kan op grond van artikel 13, vierde lid, van de Uitvoeringswet op verzoek of ambtshalve een gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet belasten met de voorlopige voogdij over een kind, indien het gevaar bestaat dat het kind wordt onttrokken aan de tenuitvoerlegging van een bevel tot teruggeleiding zoals bedoeld in het vijfde lid van dat artikel.
De rechtbank ziet in het door de moeder gestelde geen aanleiding om in deze stand van de procedure het Leger des Heils met de voorlopige voogdij over [minderjarige] te belasten. Naar het oordeel van de rechtbank is er op dit moment geen gevaar dat de vader met [minderjarige] zal vertrekken of dat [minderjarige] zal worden onttrokken aan de tenuitvoerlegging van de eventuele teruggeleiding. De rechtbank zal het verzoek ten aanzien van de voorlopige voogdij aanhouden, zodat op dit verzoek tijdens of na de verdere inhoudelijke behandeling definitief kan worden beslist.
Verwijzing meervoudige kamer
De rechtbank zal de zaak voor de verdere inhoudelijke behandeling verwijzen naar de meervoudige kamer van deze rechtbank.

Beslissing

De rechtbank:
*
benoemt tot bijzondere curator over de minderjarige [minderjarige] geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats] , Indonesië:
[gegevens bijzondere curator]
bepaalt dat de griffier een afschrift van de processtukken, waaronder een proces verbaal van de regiezitting, aan de bijzondere curator zal toesturen;
bepaalt dat de bijzondere curator uiterlijk twee dagen voor de nader te bepalen behandeling ter zitting haar schriftelijk verslag aan de rechtbank en de (advocaten van de) ouders dient te sturen;
*
houdt iedere verdere beslissing aan;
*
verwijst de zaak naar de meervoudige kamer.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.C. Sluymer, rechter, tevens kinderrechter, tot stand gekomen in samenwerking met mr. M.I. Noordegraaf, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 19 januari 2021.