ECLI:NL:RBDHA:2021:16465
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak na beroep op verblijfsvergunning
Verzoekster en haar gezin hebben een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 6 mei 2021 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen is beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag. Verzoekster heeft tevens een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld tijdens een zitting op 3 juni 2021, waarbij verzoekers en hun gemachtigde aanwezig waren, evenals een deskundige en een tolk. De behandeling vond gelijktijdig plaats met andere aanverwante beroepszaken.
Op 11 juni 2021 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de hoofdberoepen, waardoor voorlopige voorzieningen niet langer noodzakelijk zijn. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M.P. Glerum en griffier E.H.W. Schierbeek op 14 juni 2021. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdberoepen reeds zijn behandeld.