ECLI:NL:RBDHA:2021:16459
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen wegens onvoldoende geloofwaardige deelname aan Iraanse demonstraties
Eiseres, een Iraanse vrouw, vreesde vervolging vanwege haar deelname aan demonstraties in Iran eind 2017 en begin 2018. Zij werd opgepakt, verhoord en haar woning werd doorzocht. Na een proefreis naar Georgië en het verkrijgen van een visum voor Duitsland, vroeg zij samen met haar echtgenoot en zoon asiel aan in Nederland.
De rechtbank oordeelde dat eiseres voldoende gelegenheid had gekregen om haar verhaal te doen tijdens het nader gehoor. De geloofwaardigheid van haar asielrelaas werd echter betwijfeld vanwege tegenstrijdige verklaringen over haar beweegredenen, het ontbreken van concrete informatie over de leidster van de demonstratiegroep, en onduidelijkheden over haar contacten na vrijlating.
Ook vond de rechtbank het ongeloofwaardig dat eiseres na haar vrijlating geen contact met de leidster opnam en dat er pas zes maanden later een huiszoeking plaatsvond. De terugkeer van Georgië naar Iran werd eveneens als onverklaard risicovol beoordeeld.
Gezien deze inconsistenties en het ontbreken van voldoende bewijs voor het risico op vervolging, concludeerde de rechtbank dat eiseres niet voldeed aan de voorwaarden voor asiel op grond van het Vluchtelingenverdrag. De beroepen van eiseres, haar echtgenoot en zoon werden daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvragen als kennelijk ongegrond.