Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
vreesvoor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag en/of het risico op onmenselijk behandeling op grond van artikel 3 Europees Pro Verdrag voor de Rechten van de Mensen (EVRM) aannemelijk te maken. Als hij de uitzetting zelf zou moeten aantonen zou eiser al in een situatie terechtkomen die strijdig is met het Vluchtelingenverdrag en artikel 3 EVRM Pro. Verweerder hanteert daarom een te strikte bewijslast. Aangezien eiser de intentie tot uitzetting van het Verenigd Koninkrijk heeft onderbouwd met stukken, is het aan verweerder om tegenbewijs te leveren. Omdat verweerder dit niet heeft gedaan heeft zij in strijd met de samenwerkingsverplichting gehandeld en is het besluit in strijd hiermee tot stand gekomen.
notice of deportationvan het UK Home Office van 13 september 2019 die eiser bij de zienswijze heeft overgelegd, blijkt dat hij het Verenigd Koninkrijk op 20 september 2019 vanuit Londen per vliegtuig diende te verlaten en via Jordanië uiteindelijk op 21 september 2019 in Irak zou aankomen. Om aannemelijk te maken dat hij deze uitzetroute ook daadwerkelijk heeft gevolgd, heeft eiser een kopie van een pagina uit zijn reisdocument met daarop een entry stempel overgelegd, waarop zou staan dat hij op 21 september 2019 Irak is binnengereisd, evenals een kopie van een voorblad van een laissez-passer. Omdat het kopieën zijn, is de authenticiteit van deze stukken niet vast te