Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 29 juli 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard. Verder heeft verweerder aan eiser een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar.
Overwegingen
- Verklaring [naam] , [gemeenschap] van 24 juni 2019;
- Verklaring [naam] , voorganger [gemeenschap] ongedateerd;
- Verklaring [naam] , lid [gemeenschap] Rijwijk van 13 april 2019;
- Verklaring [naam] , [gemeenschap] van 27 maart 2019;
- Verklaring [naam] , bezoeker [gemeenschap] van 18 mei 2019;
- Verklaring [naam] , [gemeenschap] van 8 maart 2019;
- Verklaring [naam] , [gemeenschap] van 3 september 2020;
- Verklaring [naam] , [gemeenschap] van 13 april 2021;
- Verklaring [gemeenschap] van 19 september 2020;
- Verklaring [naam] , [gemeenschap] van 7 september 2020;
- Verklaring [naam] , vriend van eiser van 1 mei 2021.
‘overwogen wordt dat uit deze getuigenis niet blijkt waardoor wordt gesteld dat sprake is van geloofsgroei bij betrokkene en hij probeert te leven naar zijn gestelde geloof. Ook wordt niet ingegaan op verdere diepgaande motieven van betrokkenen’en de opmerking op pagina 9 van 13
: ‘Gelijk aan de eerder overgelegde verklaringen blijkt uit de brief wel dat betrokkene met christenen omgaat, maar geeft de brief geen inzicht in de motieven van betrokken om zich met het christendom bezig te houden’. Met deze benadering komt verweerder niet tegemoet aan de uitspraak van 16 juni 2021. In die uitspraak is immers over de motieven voor en het proces van bekering al geoordeeld dat de verklaringen van eiser geen blijk geven van een wezenlijke verdieping van zijn gestelde christelijke geloof sinds de vorige aanvraag. Dat element staat niet meer ter discussie. Het geconstateerde motiveringsgebrek ziet op de andere twee elementen, namelijk de verklaringen over de kennis van het geloof en de activiteiten, en de vraag waarom die verklaringen de ontoereikende verklaringen over het eerste element niet kunnen compenseren.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.496,-.