Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Braziliaanse nationaliteit, werd op 5 juli 2021 de maatregel van bewaring opgelegd door verweerder op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat hij rechtmatig verblijf in Portugal had, verwijzend naar een lopende procedure aldaar, en voerde aan dat verweerder onvoldoende voortvarend had gehandeld door dit niet te onderzoeken.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende concrete bewijsstukken had overgelegd om zijn verblijfsrecht in Portugal aannemelijk te maken. De onvertaalde stukken die op 9 juli 2021 werden ingediend boden geen voldoende aanknopingspunten voor nader onderzoek door verweerder. Bovendien had verweerder op 8 juli 2021 een vertrekgesprek gevoerd en op 9 juli 2021 een vlucht aangevraagd, wat voldoende voortvarend handelen weerspiegelt.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.