ECLI:NL:RBDHA:2021:16327
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking verblijfsdocumentbeschikking wegens nieuwe informatie
Eiseres, van Filipijnse nationaliteit, had een aanvraag tot afgifte van een verblijfsdocument EU/EER ingediend die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen bij besluit van 19 november 2020. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd ongegrond verklaard bij besluit van 11 januari 2021. Eiseres stelde beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening. Tijdens de procedure werden aanvullende stukken overgelegd die aantoonden dat eiseres aan de voorwaarden voldeed.
Naar aanleiding hiervan trok verweerder het bestreden besluit op 9 juli 2021 in en verleende op 12 juli 2021 het verblijfsdocument aan eiseres. Vervolgens trok eiseres het beroep en de voorlopige voorziening in en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat de intrekking van het besluit niet het gevolg was van een gebrek in het oorspronkelijke besluit, maar van nieuwe informatie die tijdens het beroep werd ingebracht. Hierdoor was geen sprake van een situatie die rechtvaardigt dat verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten. Het verzoek tot proceskostenvergoeding werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat de intrekking van het besluit plaatsvond vanwege nieuwe informatie.