ECLI:NL:RBDHA:2021:16327

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 juli 2021
Publicatiedatum
17 mei 2022
Zaaknummer
AWB 21/300 en AWB 21/301
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking verblijfsdocumentbeschikking wegens nieuwe informatie

Eiseres, van Filipijnse nationaliteit, had een aanvraag tot afgifte van een verblijfsdocument EU/EER ingediend die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen bij besluit van 19 november 2020. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd ongegrond verklaard bij besluit van 11 januari 2021. Eiseres stelde beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening. Tijdens de procedure werden aanvullende stukken overgelegd die aantoonden dat eiseres aan de voorwaarden voldeed.

Naar aanleiding hiervan trok verweerder het bestreden besluit op 9 juli 2021 in en verleende op 12 juli 2021 het verblijfsdocument aan eiseres. Vervolgens trok eiseres het beroep en de voorlopige voorziening in en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten.

De rechtbank oordeelde dat de intrekking van het besluit niet het gevolg was van een gebrek in het oorspronkelijke besluit, maar van nieuwe informatie die tijdens het beroep werd ingebracht. Hierdoor was geen sprake van een situatie die rechtvaardigt dat verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten. Het verzoek tot proceskostenvergoeding werd daarom afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat de intrekking van het besluit plaatsvond vanwege nieuwe informatie.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: AWB 21/300 en AWB 21/301
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter van 22 juli 2021 in de zaak tussen
[eiseres] , geboren op [1987] , van Filipijnse nationaliteit, eiseres/verzoekster
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. J.E. Jalandoni),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. mr. J.A.C.M. Prins).

Procesverloop

Bij besluit van 19 november 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres/verzoekster (eiseres) tot afgifte van een verblijfsdocument EU/EER afgewezen.
Bij besluit van 11 januari 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 juni 2021. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Dhr. [A] (referent) was aanwezig. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Het onderzoek is ter zitting geschorst. Partijen hebben twee weken de tijd gekregen aanvullende dan wel ontbrekende stukken te overleggen. Op 9 juni 2021 heeft verweerder ontbrekende stukken overgelegd. Op 22 juni 2021 heeft eiseres aanvullende stukken overgelegd.
Verweerder heeft op 9 juli 2021 het bestreden besluit ingetrokken. Op 12 juli 2021 heeft verweerder het bezwaar gegrond verklaard en aan eiseres een verblijfsdocument EU/EER verleend.
Naar aanleiding hiervan heeft eiseres op 20 juli 2021 het beroep en voorlopige voorziening ingetrokken. Eiseres verzoekt verweerder te veroordelen tot vergoeding van de gemaakte proceskosten.

Overwegingen

1. De rechtbank en voorzieningenrechter kunnen op het verzoek van de indiener van het beroepschrift het bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten als een beroep en/of verzoek wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener is tegemoet gekomen. Dit is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
2. Verweerder stelt in de brief van 15 juli 2021 dat de ingetrokken beschikking rechtens juist was en dat hij daarom geen proceskosten hoeft te vergoeden.
3. Eiseres stelt dat zij aanspraak kan maken op een proceskostenvergoeding omdat verweerder eiseres geheel in haar bezwaren tegemoet is gekomen.
4. De rechtbank en voorzieningenrechter volgen verweerder in zijn standpunt dat hij geen proceskosten aan eiseres hoeft te vergoeden. Verweerder heeft de beschikking van 11 januari 2021 namelijk ingetrokken omdat uit de (pas) op 22 juni 2021 overgelegde stukken blijkt dat eiseres voldoet aan de voorwaarden voor afgifte van het gevraagde verblijfsdocument. Voor die datum heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat zij aan de gestelde voorwaarden voldeed. De intrekking van de beschikking heeft dus niet plaatsgevonden vanwege een gebrek in het besluit, maar vanwege nieuwe informatie in het beroep.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat dus geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank en voorzieningenrechter wijzen het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van mr. L.L. Hol, griffier. De beslissing is uitgesproken op 22 juli 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
De rechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan, voor zover het beroep betreft, binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.