Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
,mede namens haar minderjarige kind
[naam] ,en
[eiser], eiser, gezamenlijk te noemen: eisers
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid die hun asielaanvragen niet in behandeling nam, omdat Denemarken verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Eisers vreesden indirect refoulement naar Syrië en betoogden dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is vanwege de situatie in Denemarken.
De rechtbank overwoog dat Denemarken verantwoordelijk is op grond van artikel 12, lid 4, van de Dublinverordening en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel in dit geval geldt. Eisers slaagden er niet in aannemelijk te maken dat er sprake is van structurele gebreken in het Deense asiel- en opvangsysteem die een uitzondering rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelde dat de gevreesde risico's op indirect refoulement onvoldoende zijn onderbouwd en dat eisers toegang hebben tot effectieve rechtsmiddelen in Denemarken en bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Ook was er geen reden om toepassing te geven aan artikel 17 van Pro de Dublinverordening. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat Denemarken verantwoordelijk is voor de asielaanvragen.