ECLI:NL:RBDHA:2021:16295
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure Dublin-verordening
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublin-verordening.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tevens is een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met de hoofdzaak behandeld via een zitting met beeldverbinding op 9 augustus 2021.
Omdat op dezelfde dag uitspraak is gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL21.11956), achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer nodig en wees het verzoek af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 12 augustus 2021 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.