ECLI:NL:RBDHA:2021:16270
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardige verklaring over verblijf en bedreiging in Portugal
Eiser, een Angolese nationaliteit dragende asielzoeker, heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hij stelde dat hij in mei 2019 in Portugal was en daar door de Angolese veiligheidsdienst telefonisch was bedreigd vanwege een project dat hij in Angola wilde opzetten.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht twijfelde aan de geloofwaardigheid van eiser. Eiser had in een eerdere Dublin-procedure tegenstrijdige verklaringen afgelegd over zijn verblijf in Portugal en de aard van de bedreigingen. Daarnaast was de door eiser overgelegde boarding pass onvoldoende bewijs voor zijn reis, en was het opmerkelijk dat hij pas vier maanden na de gestelde bedreigingen asiel aanvroeg.
Verder was er geen sprake van gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro, omdat eiser dit niet had onderbouwd en verweerder een eerdere aanvraag op die grond had afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.