ECLI:NL:RBDHA:2021:16269
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens coronapandemie als bedreiging volksgezondheid
Eiser diende op 31 oktober 2019 een aanvraag in voor een visum kort verblijf om zijn oom te bezoeken. Verweerder wees deze aanvraag af bij besluit van 13 november 2019, omdat het doel en de omstandigheden van het verblijf onvoldoende waren aangetoond en twijfel bestond over het vertrek vóór het verstrijken van het visum.
Na bezwaar verklaarde verweerder het bezwaar ongegrond bij besluit van 9 april 2020, waarbij een nieuwe weigeringsgrond werd gehanteerd: de uitbraak van het coronavirus vormt een bedreiging voor de volksgezondheid. Eiser stelde dat deze wijziging van de weigeringsgrond onrechtmatig was en dat verweerder niet aan zijn motiveringsplicht had voldaan.
De rechtbank oordeelt dat de coronapandemie als epidemische ziekte een dwingende weigeringsgrond is volgens de Schengengrenscode en dat verweerder terecht een volledige heroverweging heeft uitgevoerd. Het gebruik van een nieuwe weigeringsgrond in het bestreden besluit is toegestaan en er is geen motiveringsgebrek. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag kort verblijf wegens coronapandemie wordt ongegrond verklaard.