ECLI:NL:RBDHA:2021:16252
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na afwijzing verblijfsvergunning
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond bij besluit van 4 maart 2021.
Tegen dit besluit heeft verzoekster beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. De behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening vond plaats op 29 maart 2021, gelijktijdig met de behandeling van het hoofdberoep.
De voorzieningenrechter overweegt dat nu op het hoofdberoep uitspraak is gedaan (zaaknummer NL21.3673), een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan op 1 april 2021 door de voorzieningenrechter J.A. Schuman.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het hoofdberoep reeds uitspraak is gedaan.