ECLI:NL:RBDHA:2021:16229

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 augustus 2021
Publicatiedatum
3 mei 2022
Zaaknummer
NL21.12035; NL21.12037
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel

Eisers, bestaande uit twee volwassenen en hun twee minderjarige kinderen, hebben asielaanvragen ingediend die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 22 juli 2021 als kennelijk ongegrond zijn afgewezen. Tegen deze besluiten is beroep ingesteld.

Eisers hebben tevens verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek op 10 augustus 2021 behandeld, waarbij eisers en hun gemachtigde aanwezig waren, evenals de gemachtigde van verweerder.

De voorzieningenrechter overweegt dat gezien de uitspraak op de hoofdzaken (zaaknummers NL21.12034 en NL21.12036) een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom worden de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de asielaanvragen wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht
zaaknummers: NL21.12035 en NL21.12037

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[eiser] , eiser en [eiseres 1] , eiseres, en hun twee minderjarige kinderen [eiseres 2] en [eiseres 3], tezamen te noemen: eisers
V-nummers: [V-nummer 1] , [V-nummer 2] , [V-nummer 3] en [V-nummer 4]
(gemachtigde: mr. H.A. Limonard), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. R.S. Helmus).

Procesverloop

Bij besluiten van 22 juli 2021 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaken NL21.12034 en NL21.12036, op 10 augustus 2021 op zitting behandeld. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Ter zitting was een tolk aanwezig. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Verzoekers stellen van stellen van onbekende nationaliteit te zijn en te zijn geboren op respectievelijk [geboortedatum 1] 1986, [geboortedatum 2] 1992, [geboortedatum 3] 2014 en [geboortedatum 4] 2017.
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL21.12034 en NL21.12036, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P. Bruins, griffier.
De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:
13 augustus 2021
en zal worden openbaar gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl

Documentcode: [documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.