ECLI:NL:RBDHA:2021:16222
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond bij besluit van 23 april 2021.
Tegen dit besluit heeft verzoeker beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft de zaak samen met een gerelateerde zaak behandeld op 18 mei 2021, waarbij verzoeker is verschenen met zijn gemachtigde en een tolk aanwezig was.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat een voorlopige voorziening niet meer nodig is omdat op dezelfde dag uitspraak is gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL21.6626). Het verzoek om voorlopige voorziening is daarom afgewezen. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door mr. J.G. Nicholson, voorzieningenrechter, en is openbaar gemaakt op 28 mei 2021. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is behandeld.