ECLI:NL:RBDHA:2021:16188
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek opheffing zwaar inreisverbod wegens ontbreken nieuwe feiten
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, verzocht om opheffing van een tienjarig inreisverbod dat hem was opgelegd vanwege ernstige strafbare feiten en een gevaar voor de openbare orde. Dit inreisverbod was onherroepelijk geworden na eerdere procedures. De rechtbank stelde vast dat eiser sinds het opleggen van het inreisverbod Nederland niet heeft verlaten en dat hij niet voldeed aan de voorwaarden voor opheffing volgens artikel 6.5b van het Vreemdelingenbesluit 2000.
Eiser voerde aan dat zijn situatie was veranderd door het ondergaan van een ISD-maatregel, bedoeld om recidive te voorkomen, en dat hij gedragsveranderingen had doorgemaakt. De rechtbank oordeelde echter dat deze omstandigheid niet binnen de uitzonderingscategorieën viel die opheffing rechtvaardigen, zoals strijdigheid met het recht op familie- of gezinsleven of disproportionele handhaving van het inreisverbod.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht het verzoek tot opheffing had afgewezen en dat het beroep ongegrond was. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot opheffing van het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.