Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Dublinclaimant met de Marokkaanse nationaliteit, werd op 27 juni 2021 in bewaring gesteld door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
Tijdens de zitting op 5 juli 2021 werd het beroep behandeld. Eiser voerde aan dat hij niet kon worden uitgezet naar Marokko vanwege het ontbreken van identiteitsdocumenten, en dat er op grond van jurisprudentie geen zicht zou zijn op uitzetting. De rechtbank overwoog echter dat het niet gaat om zicht op uitzetting naar Marokko, maar om zicht op overdracht aan Oostenrijk binnen de Dublinprocedure.
De rechtbank stelde vast dat de Staatssecretaris een claimverzoek aan Oostenrijk had gedaan en dat de reactietermijn nog niet verstreken was. Er was geen reden om aan te nemen dat Oostenrijk de overdracht zou weigeren. De voortzetting van de bewaring werd gezien als een noodzakelijk middel in afwachting van de reactie van Oostenrijk, en niet als straf. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.