ECLI:NL:RBDHA:2021:16178
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na beroep
Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 7 april 2021 is afgewezen als kennelijk ongegrond.
Tegen dit besluit heeft verzoeker beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De behandeling van het verzoek tot voorlopige voorziening vond plaats op 3 mei 2021, samen met de hoofdzaak NL21.5530.
Partijen waren niet aanwezig bij de zitting. De voorzieningenrechter oordeelde dat nu de hoofdzaak reeds is behandeld en uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, voorzieningenrechter, en is op 6 mei 2021 bekendgemaakt. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.