Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], eiser
Procesverloop
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om een maatregel van bewaring op te leggen op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser, die de Algerijnse nationaliteit heeft, voerde aan dat de zware grond onder 3b niet op hem van toepassing is omdat hij tijdens strafrechtelijke detentie verbleef en de overheid wist waar hij was.
De rechtbank erkende dit argument maar stelde vast dat andere zware gronden, zoals het ontbreken van geldige inreisdocumenten en het gebruik van aliassen in andere EU-landen, voldoende zijn om de bewaring te rechtvaardigen. Daarnaast oordeelde de rechtbank dat de Staatssecretaris terecht geen lichter middel toepaste, mede vanwege het strafrechtelijke verleden van eiser, het ontbreken van actieve medewerking aan terugkeer en het risico op ontduiking van toezicht.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd mondeling gedaan op 5 juli 2021 door rechter J.G. Nicholson in aanwezigheid van griffier T.R. Oosterhoff-Vos.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.