ECLI:NL:RBDHA:2021:16171
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens te late besluitvorming
Verzoeker is in beroep gegaan omdat de Staatssecretaris niet tijdig had beslist op zijn aanvraag. Nadat verzoeker in beroep was gegaan, heeft de Staatssecretaris alsnog een beslissing genomen. Verzoeker trok daarop het beroep in en verzocht om vergoeding van zijn proceskosten.
De rechtbank oordeelt dat verzoeker recht heeft op vergoeding van proceskosten omdat de beslistermijn is overschreden. Omdat verzoeker een professionele juridische hulpverlener had ingeschakeld, is een vast bedrag van €267 toegekend. Vanwege de beperkte aard van de zaak (alleen overschrijding beslistermijn) is dit bedrag met een wegingsfactor van 0,5 verminderd.
De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van dit bedrag aan verzoeker. Er zijn geen andere kosten erkend die vergoed kunnen worden. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Loman en griffier M. Bos op 16 april 2021.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €267 aan proceskosten aan verzoeker.