Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [v-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 1.496.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Italië verantwoordelijk is volgens de Dublin-verordening.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 20 juli 2021.
Omdat op dezelfde dag uitspraak werd gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL21.10709), achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig en wees het verzoek af. Wel werd de Staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 1.496,-, te betalen aan de rechtsbijstandverlener vanwege verleende toevoeging.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de Staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 1.496,-.