ECLI:NL:RBDHA:2021:16154
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na afwijzing verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 29 juni 2021 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Tegen dit besluit heeft verzoeker beroep ingesteld en tegelijkertijd een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek tot voorlopige voorziening samen met het beroep behandeld op 27 juli 2021. Op 19 april 2022 is uitspraak gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL21.10847), waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf en is definitief, hoger beroep of verzet is uitgesloten.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.