ECLI:NL:RBDHA:2021:16153

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 juli 2021
Publicatiedatum
19 april 2022
Zaaknummer
NL21.10847
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 62 lid 2 onder b Vreemdelingenwet 2000Art. 66a lid 1 onder a Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens kennelijke ongegrondheid en veilig land van herkomst Marokko

Eiser, afkomstig uit Marokko, heeft op 14 juni 2021 asiel aangevraagd met het argument dat hij bedreigd werd door een drugsbende en geen effectieve bescherming van de politie kreeg. De staatssecretaris wees de aanvraag op 29 juni 2021 af als kennelijk ongegrond, omdat Marokko als veilig land van herkomst geldt en eiser onvoldoende aannemelijk maakte dat dit voor hem anders is.

De rechtbank behandelde het beroep op 27 juli 2021 en oordeelde dat eiser niet heeft aangetoond dat het zinloos is om in Marokko hogere autoriteiten te benaderen, ondanks de door hem aangevoerde corruptie. Eiser had de mogelijkheid om tegen het politieoptreden te klagen, maar heeft dit nagelaten.

Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde het terugkeerbesluit en het inreisverbod van twee jaar. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit en inreisverbod bevestigd.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.10847
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. E. Ebes),

en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. A. Bondarev).

Inleiding en procesverloop

Eiser is afkomstig uit Marokko. Hij heeft op 14 juni 2021 asiel aangevraagd. Ter onderbouwing van deze aanvraag heeft hij aangevoerd dat hij in Marokko problemen heeft gehad met een drugsbende. Eiser heeft aangifte gedaan bij de politie. De politie had evenwel niet de intentie om hem bescherming te bieden.
Bij besluit van 29 juni 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Verweerder heeft geloofwaardig bevonden dat eiser problemen heeft gehad met een drugsbende. Volgens verweerder is Marokko evenwel te beschouwen als een veilig land van herkomst. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit in het algemeen of ten aanzien van hem in het bijzonder anders is. Verweerder heeft eiser tevens een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL21.10848, plaatsgevonden op 27 juli 2021. Eiser en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun respectieve gemachtigden.

Overwegingen

1. Eiser heeft niet betwist dat Marokko in het algemeen als een veilig land van herkomst is aan te merken. Wel heeft hij betoogd dat Marokko in zijn specifieke geval de verplichtingen niet nakomt. Eiser heeft verklaard dat hij bij de lokale politie aangifte heeft gedaan tegen de drugsbende die het op hem gemunt had. Volgens eiser heeft de politie hem geen effectieve bescherming gegeven. De politie heeft namelijk slechts in beperkte mate en pas na betaling door eiser actie ondernomen. Volgens eiser is door de corruptie binnen
politie en justitie op voorhand zinloos om zich in Marokko tot een (hogere) autoriteit te wenden.
2. Naar het oordeel van de rechtbank faalt deze beroepsgrond. Eiser heeft de mogelijkheid gehad om tegen het optreden van de lokale politie zijn beklag te doen of een rechtsmiddel aan te wenden bij (hogere) autoriteiten van Marokko. Eiser heeft dit niet gedaan. Aan de hand van diverse rapportages heeft eiser gesteld dat er binnen de Marokkaanse autoriteiten veel corruptie voorkomt. Deze omstandigheid op zichzelf maakt evenwel nog niet aannemelijk dat het voor eiser in het bijzonder op voorhand zinledig is om in Marokko bescherming van de autoriteiten in te roepen. Evenmin heeft hij met de rapportages aannemelijk gemaakt dat het zinledig is om tegen gebrekkig optreden van een instantie als de politie of justitie zijn beklag te doen of een rechtsmiddel aan te wenden bij hogere Marokkaanse autoriteiten.
3. De conclusie is dat verweerder terecht de asielaanvraag als kennelijk ongegrond heeft afgewezen.
4. Uit deze conclusie vloeit voort dat verweerder mocht bepalen dat eiser Nederland onmiddellijk moet verlaten1. Dientengevolge was verweerder verplicht om aan eiser een inreisverbod op te leggen.2 Eiser heeft tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod geen beroepsgronden gericht.
5. Het beroep is dus ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Vranken, griffier.
1. Dit blijkt uit artikel 62 lid 2 onder Pro b van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw).
2 Artikel 66a lid 1 onder a van de Vw.
De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:
29 juli 2021
en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl
Mr. R.J.A. Schaaf A. Vranken
Rechter Griffier
Rechtbank Midden-Nederland Rechtbank Midden-Nederland
Documentcode: [documentcode]
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.