ECLI:NL:RBDHA:2021:16142
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning asiel verlengde procedure
Verzoeksters, beiden Iraanse staatsburgers, hebben bij afzonderlijke besluiten van 17 juni 2021 hun aanvragen voor verlenging van een verblijfsvergunning asiel in de verlengde procedure afgewezen gekregen. Tevens is aan hen een vertrektermijn onthouden en een inreisverbod van twee jaar opgelegd. Verzoeksters hebben hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken om voorlopige voorziening op 12 juli 2021 behandeld, waarbij verzoeksters en hun gemachtigde aanwezig waren, evenals de gemachtigde van verweerder. Gezien de uitspraak op het beroep in de aanverwante zaken NL21.9786 en NL21.9784 is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Daarom wijst de voorzieningenrechter de verzoeken af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 22 juli 2021 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af tegen de afwijzing van de verlenging van verblijfsvergunningen asiel en het opgelegde inreisverbod.