ECLI:NL:RBDHA:2021:16120
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in Dublin-zaak tegen weigering asielverblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Spanje volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en tegelijkertijd een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een soortgelijke zaak op 13 juli 2021 behandeld, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet aanwezig waren.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat nu er al een uitspraak is gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL21.9755), een voorlopige voorziening niet langer nodig is. Daarom is het verzoek afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 20 juli 2021 en er staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.