ECLI:NL:RBDHA:2021:16119
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen feitelijke overdracht asielzoeker naar Spanje op grond van Dublinverordening ongegrond verklaard
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Eiser voert aan dat hij vanwege ernstige tandheelkundige problemen niet overgedragen mag worden voordat zijn behandeling is afgerond.
De rechtbank beoordeelt dat de verantwoordelijkheid van Spanje niet ter discussie staat en toetst of de medische situatie van eiser een uitzondering vormt. Uit het overgelegde patiëntendossier blijkt dat eiser recent betrokken was bij een vechtpartij waarbij hij tandletsel opliep, waarvoor hij tandheelkundige behandeling ontvangt.
De rechtbank stelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn gezondheidstoestand bijzonder ernstig is en dat een overdracht tot aanzienlijke en onomkeerbare schade zou leiden. Daarnaast mag de Nederlandse overheid vertrouwen op het interstatelijk vertrouwensbeginsel en ervan uitgaan dat Spanje passende medische zorg kan bieden.
Daarom wordt het beroep ongegrond verklaard en is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter P.J.M. Mol en griffier T.R. Oosterhoff-Vos op 20 juli 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen de feitelijke overdracht naar Spanje wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende medische gronden om overdracht uit te stellen.