ECLI:NL:RBDHA:2021:16090

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 juli 2021
Publicatiedatum
8 april 2022
Zaaknummer
NL21.10017
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Somalische verzoekster

Verzoekster, een Somalische nationaliteit dragende persoon geboren in 2003, had een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Deze aanvraag werd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 18 juni 2021 afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 15 juli 2021 tijdens een hybride zitting, waarbij verzoekster werd bijgestaan door een gemachtigde en een tolk aanwezig was. De Staatssecretaris liet zich vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

De voorzieningenrechter overwoog dat aangezien op dezelfde dag als deze uitspraak (22 juli 2021) in de hoofdzaak uitspraak was gedaan (zaaknummer NL21.10016), een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Om die reden werd het verzoek afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door mr. L.A. Banga, voorzieningenrechter, en bekendgemaakt op 22 juli 2021.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op dezelfde dag uitspraak is gedaan in de hoofdzaak.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.10017
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. C.M. Suurmeijer-Wawoe), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. B. Kemalli).

Procesverloop

Bij besluit van 18 juni 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL21.10016, op 15 juli 2021 op een hybride zitting behandeld. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen S. Mahed. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Verzoekster stelt de Somalische nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedatum] 2003.
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL21.10016, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.A. Banga, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Zwijnenberg, griffier.
De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op
22 juli 2021
en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

Documentcode: [documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.