ECLI:NL:RBDHA:2021:16064
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoeken christelijk gezin uit Pakistan wegens ongeloofwaardig asielrelaas
Eisers, een christelijk gezin uit Pakistan, vroegen asiel aan vanwege vermeende vervolging na een gemengd huwelijk en daaropvolgende scheiding. De staatssecretaris wees hun aanvragen af omdat het asielrelaas onvoldoende geloofwaardig werd geacht, met name de beweringen over problemen als gevolg van het huwelijk en de scheiding.
De rechtbank behandelde het beroep en concludeerde dat de staatssecretaris terecht het derde element van het asielrelaas ongeloofwaardig vond. De rechtbank motiveerde dit met het ontbreken van overtuigende verklaringen over de maatschappelijke gevolgen van het huwelijk, de plotselinge gedragsverandering van de ex-echtgenote en het ontbreken van bewijs voor wrok of mishandelingen door haar familie.
Hoewel eisers behoren tot een risicogroep als christenen in Pakistan, oordeelde de rechtbank dat zij geen geringe indicaties hadden geleverd die een gegronde vrees voor vervolging aannemelijk maken. Ook de stelling dat eiser 2 als afvallige zou worden gezien, werd niet overtuigend onderbouwd.
De beroepen werden daarom ongegrond verklaard en de asielaanvragen afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvragen wegens ongeloofwaardig asielrelaas.